Transport gevaarlijke stoffen
Gevaarlijke stoffen kunnen worden vervoerd over de weg, het spoor, het binnenwater en door buisleidingen. Voor iedere soort van transport geldt aparte wetgeving. De Wet vervoer gevaarlijke stoffen (WVGS) vloeit voort uit Europese wetgeving en is de kapstokwet voor vervoerswetgeving op het gebied van gevaarlijke stoffen voor de modaliteiten weg (ADR), spoor (RID) en binnenwater (ADNR). Hierin staan onder andere bepalingen opgenomen t.a.v. de vervoerswijze, eisen aan de verpakking en vereiste kwalificaties voor de chauffeurs.
Het externe veiligheidsbeleid voor het transport gevaarlijke stoffen is vastgesteld in de circulaire risiconormering vervoer gevaarlijke stoffen uit 2004. Hierin zijn voor het plaatsgebonden risico (PR) en groepsrisico (GR) normen vastgesteld. Binnen de risico contouren langs een transportas mogen geen kwetsbare bestemmingen worden geplaatst. Voor nieuwe bestemmingen of wijzigingen binnen het GR invloedsgebied van de transportas dient het bevoegd gezag de verandering van het GR te motiveren.
In 2006 is door de Tweede Kamer de Nota vervoer gevaarlijke stoffen vastgesteld. Onderdeel hiervan is de vorming van een nationaal basisnet voor het vervoer van gevaarlijke stoffen. Het principe van het basisnet is dat er in Nederland bepaalde trajecten worden aangewezen waarover het transport van gevaarlijke stoffen ongelimiteerd moet kunnen plaatsvinden en dat er daarnaast ook delen worden aangewezen waar slechts beperkt transport mag plaatsvinden, omdat hier juist de bebouwing nabij de infrastructuur voorrang krijgt.
Belangrijke transportassen voor gevaarlijke stoffen in onze regio zijn de A12 en A20, de N207 en N11, maar vooral ook de spoorverbinding tussen Utrecht en Rotterdam. Meer informatie over het transport van gevaarlijke stoffen over weg, binnenwater en spoor en over de nota vervoer gevaarlijke stoffen en het Basisnet is te vinden op de website van het Ministerie van Infrastructuur & Milieu.
Ook voor het transport van gevaarlijke stoffen door buisleidingen gelden bepaalde aan te houden risicoafstanden. Deze afstanden zijn onder andere afhankelijk van de aard van de stof, de druk waaronder deze worden getransporteerd, de diepteligging en de diameter en wanddikte van de buisleiding. Voor de Externe Veiligheid gaat het vooral om de risico's in het geval er iets fout gaat met een hoogdruk aardgasleiding. Op dit moment wordt de circulaire buisleidingen uit 1984 door het RIVM herschreven. Deze herziene versie wordt binnenkort verwacht. Informatie over ondergrondse infrastructuur is op te vragen bij het Kabels en Leidingen Informatie Centrum (KLIC).



