Luchtkwaliteitseisen
Nederland ziet zich gesteld voor twee problemen ten aanzien van de luchtkwaliteit. Ten eerste heeft de overschrijding van de grenswaarden negatieve gezondheidseffecten. Ten tweede leidt de implementatie van de Europese richtlijn in combinatie met de overschrijding van grenswaarden tot stagnatie in de ruimtelijk-economische ontwikkeling van Nederland. Hierdoor kunnen verschillende geplande projecten vooralsnog geen doorgang vinden of lopen zij vertraging op.
Om het probleem rond de concentraties fijn stof (PM10 en stikstofdioxide NO2 adequaat aan te pakken is gekozen voor een nieuwe aanpak via het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL). De luchtkwaliteit zal na uitvoering van het NSL substantieel beter zijn dan zonder uitvoering van het programma en voldoen aan de europese normen voor PM10 (in 2011) en NO2 (in 2015).
Het NSL vormt de kern van de wijziging van de Wet milieubeheer (Titel 5.2 (luchtkwaliteitseisen)), die in november 2007 van kracht is geworden. In deze 'Wet luchtkwaliteit' wordt onderscheid gemaakt tussen kleine en grote ruimtelijke projecten. Kleine projecten waarvan vooraf duidelijk is dat ze de luchtkwaliteit 'niet in betekenende mate' verslechteren, hoeven niet meer op luchtkwaliteit te worden getoetst. Vanuit het oogpunt van een goede ruimtelijke ordening blijft het wel van belang om alle milieuaspecten (dus ook luchtkwalitieit) te betrekken bij ruimtelijke besluitvorming.
Onder de paraplu van het NSL hebben overheden gebiedsgerichte actieprogramma's opgesteld, waarin zij aangeven hoe zij compenseren voor ruimtelijke plannen met een negatief effect op de luchtkwaliteit.



