Archeologie
Het archeologisch erfgoed wordt binnen Nederland als zeer waardevol beschouwd. De Wet op de Archeologische Monumentenzorg (Wamz) legt de verantwoordelijkheid voor de bescherming van het archeologische erfgoed bij de gemeente. De taken in het kader van de Wamz omvatten o.a. het integreren van archeologie in de RO-procedures en de koppeling tussen bestemmingsplannen en archeologische waarden en verwachtingen (art. 38 en 41 Wamz).
De feitelijke bescherming krijgt gestalte door het opnemen van voorschriften in het bestemmingsplan ten aanzien van de afgifte van bouw- en aanlegvergunningen in die gebieden die als archeologisch waardevol zijn aangemerkt. Om zulke voorschriften goed te onderbouwen is in de planfase minimaal een inventariserend onderzoek nodig (quickscan) waarmee mede kan worden bepaald welk type vervolgonderzoek noodzakelijk is. De Omgevingsdienst kan de quickscan verzorgen en over de voorschriften in het bestemmingsplan adviseren.
Met een goede archeologisch-wetenschappelijke motivatie en onderbouwing kunnen gemeenten ervoor kiezen niet al het aanwezige archeologisch erfgoed onder alle omstandigheden te beschermen: gemeenten kunnen een eigen vrijstellingsbeleid vaststellen en gebruik maken van de afwijkingsbevoegdheid. Dit kan ook regionaal gebeuren om eenduidigheid na te streven en de kosten voor het opstellen van beleid te drukken. De Omgevingsdienst kan hierbij ondersteuning bieden. Zolang de gemeente geen eigen beleid heeft gelden de regels (en bemoeienis) van de provincie.
Omdat de deskundigheid voor archeologie is ondergebracht bij de vakgroep Bodem kunt u voor meer informatie over dit onderwerp de pagina van Bodem bezoeken.



